De Mombeek: van beekvallei naar blauwgroene verbinding

Wie aan de Mombeekvallei denkt, denkt aan water, bomen, ruigtes en oeverranden. Het samenspel van deze elementen maakt van haar méér dan gewoon ‘een mooi stukje natuur’. Een beekvallei is een corridor: een natuurlijke lijn waarlangs planten en dieren zich verspreiden, waar koelte en vocht blijven hangen in droge periodes, en piekbuien ruimte krijgen.
Wie door het landschap trekt, botst echter al snel op de grenzen ervan. Daardoor rijst bij mij de volgende vraag: “Hoe maken we van zo’n beekvallei een blauwgroene verbinding die niet stopt aan de gemeentegrens of aan een strak gemaaid talud?” Het antwoord daarop blijkt verrassend eenvoudig te zijn.
In het vorige artikel “Ruimte voor water: de ziel van de Mombeekvallei” las je waarom water de motor is van het landschap. In dit vervolg kijken we naar de volgende laag: de verbindingen. Zelfs de mooiste vallei verliest haar ecologische kracht wanneer randen, bermen en stapstenen errond onderbroken raken.
Waarom is onze Mombeekvallei zo’n sterke ecologische kracht?

Maar eerst zetten we een stapje terug. Wat maakt een beekvallei als de Mombeek zo waardevol? En wat is daar dan voor nodig? Een gezonde beekvallei is een mozaïek, je vindt er vanalles naast elkaar: natte en drogere stukken, schaduwplekken en open zonneplekken. Er zijn plaatsen waar het water traag zijn gangetje kan gaan en op andere plaatsen kan het water even blijven staan. Dank zij die verschillen ontstaat een waaier aan begroeiingen van typische oeverplanten tot bosranden.
Dat is wat alle levende wezens nodig hebben: een supermarkt met uitgebreid aanbod, voor elk wat wils, voedsel in alle maten en gewichten. En daarbij ook nog een netwerk waar je je veilig kan verplaatsen, bijvoorbeeld van de ene plas naar de volgende, doorheen begroeiing waar je niet gespot wordt. Vogels, amfibieën, kleine zoogdieren, … allemaal voelen ze zich goed in zo’n omgeving die dan ook nog eens aangenaam koel en vochtig blijft in warme tijden.
Van beekvallei naar verbinding
Hoe prachtig zo’n mozaïek als de Mombeekvallei ook is, hij is te beperkt om als geïsoleerd eilandje in de wijde omgeving overeind te blijven. Een vallei als die van de Mombeek moet aansluiten op een veel groter netwerk van groenelementen. De mozaïek moet zelf ook een stukje in een grotere puzzel zijn. En daar knelt het schoentje vaak in ons dichtgebouwde en overbewerkte landje.
Een groter netwerk, een grotere puzzel dus, is zelf ook maar gezond als het veel verschillende plekken heeft. Een reeks van poelen, kleine bosjes, natte graslanden, houtkanten, bermen die niet gemaaid worden, … zoveel leven als er is, zoveel baat heeft het bij al die verschillende plekken. Zelfs een tuin met rommelplekjes en een beetje wilde begroeiing helpt al een stuk. Dieren kunnen zich elders gaan voortplanten zodat ze niet verzwakken door incest. En intussen nemen ze zaden mee van planten die zo verspreid worden. Een hoopje resthout in een hoekje helpt de egel aan een woonplek. Even wachten met het gras maaien is een zegen voor bijen, vlinders en andere stuifmeelverspreiders . Vochtige gebieden helpen amfibieën. Ruige begroeiing biedt vogels een veilige broedplek. Het zijn maar enkele voor de hand liggende voorbeeldjes van “stapstenen” voor al wat er leeft.
Niet alleen de Mombeek maar het hele landschap rondom de Mombeekvallei moet dus voldoende draagkracht hebben. In heel Vlaanderen speelt dat extra sterk omdat er overal veel van die stapstenen verloren zijn gegaan. Resultaat: minder dekking, minder voedsel, minder voortplanting en tenslotte minder soorten. Er bestaan nog waardevolle restanten, maar die zijn meestal te klein en te geïsoleerd om soorten in stand te houden.
De vraag is niet waar we nog stukken natuur hebben. De vraag is waar de verbinding tussen die stukken natuur hapert. Soms is dat omwille van een strak gemaaide oever, soms door een ontbrekende houtkant of een verlichte route… Het zijn ogenschijnlijk details die bepalen of de vallei ook écht als een corridor kan blijven werken.

kan je al winst behalen
De zwakke schakels: maaibeheer, randen en verlichting
Een verbinding is maar zo sterk als haar zwakste schakel. Vaak zit het probleem in kleine onderbrekingen. Het lijkt misschien logisch dat we alles best “netjes” en “veilig houden” maar voor planten en dieren werkt dat niet zoals voor mensen. Wij hebben graag het gras strak gemaaid en ’s nachts geeft verlichting ons een veilig gevoel.
Voor dieren is dat echter een ramp. Een oever of een berm die te vroeg en te vaak gemaaid wordt verliest bloeiende planten en plekken om te overwinteren. Het aantal insecten vermindert, er is minder voedsel voor vogels en vleermuizen en ze verzwakken. Ruigtezones leveren nectar, zaden, schuilplaatsen en een overwinteringshabitat.
Nog zo’n mensenmanier om het allemaal “netjes” te houden: een “rand”, het overgangszone tussen nat en droog, of tussen open en beschut gebied, is vaak de plaats waar biodiversiteit piekt. Als je die rand echter “recht” en eentonig maakt, verlies je alle voordelen om er te schuilen of eten te vinden.
’s Nachts slapen de meeste mensen maar buiten is er een wereld die dan begint te leven.Niet elke lamp is een ramp, maar continue, felle verlichting kan voor veel soorten een onoverkomelijke barrière vormen of op zijn minst hun gedrag sterk verstoren. We zouden er meer oog voor moeten hebben om routes van nachtdieren in het donker te laten of op zijn minst écht nodige verlichting slim af te schermen.
Waterhuishouding: van afvoer naar spons
In Vlaanderen hebben we ons er altijd op gericht om water zo snel mogelijk af te voeren. Dat wordt meer en meer een probleem. Nu ons klimaat warmer wordt komt de natuur (en wij) steeds vaker in de problemen. Stukken natte natuur drogen te snel uit. Maar anderzijds laten we het water van hevige regenbuien gewoon wegvloeien. Dat water is dan ook nog eens meer en meer vervuild door onder meer de veelvuldige besproeiing van landbouwgewassen en de overstorten van riolering. Voor de gezondheid van een vallei als de Mombeek en de soorten die er in een natte omgeving horen te leven is dit vaak noodlottig. Het is eenvoudig: we hebben gewoon meer natte natuur nodig, geen doorstroomgebied maar een spons die al wat leeft van water voorziet.

Wachten op het beleid?
Met een beetje politieke goede wil kan er gelukkig nog veel gecorrigeerd worden. We weten intussen dat investeren loont. Elke euro die aan natuur wordt besteed brengt 8 tot 50 euro op door minder kosten aan bv. gezondheidsproblemen en klimaatverstoring. Waar langdurig ruimte werd gemaakt voor water, poelen en een gezonde mozaïek van verbindingen zie je dat het landschap zichzelf herstelt.
Wie in de vallei van de Mombeek wandelt, ziet hoe snel het landschap er verandert van functie: natuurkern, landbouwrand, woonzone en infrastructuur wisselen elkaar af. In elk van die schakels liggen kansen. Er is werk aan de winkel voor ons en voor onze beleidsmensen.
Tip: Op de website van de stad Hasselt kunnen particulieren, landbouwers, scholen, verenigingen subsidies aanvragen om kleine landschapselementen te helpen herstellen of inrichten:
Lees ook: De Britse kunstenares Alexandra Daisy Ginsberg ontwikkelde een digitaal kunstproject én een praktische tool die tuinen ontwerpt vanuit het perspectief van bestuivers (“pollinators”). Met de gratis online tool op www.pollinator.art kan je zelf een 3D-ontwerp maken, met gedetailleerd plan en plantenlijst voor een kunstzinnige én insectvriendelijke tuin!
Tekst: J. Vanbuiten
Foto’s: Dirk Kegels