“Ik zag het landschap veranderen”
Gaan mensen nog weten wat de naam Kiewit betekent? En wat die plek betekent voor de kievit?
Deze verzuchting, ze is misschien wel dé beste samenvatting voor de motivatie waarmee Freddy Vandebergh zich al jaren inzet voor het behoud en het herstel van de fauna en flora in Kiewit en rond zijn woonplaats in Zonhoven.
De Britten, ze hebben een mooie beeldtaal voor het wat breedvoeriger en gepassioneerd spreken. Wanneer iemand een betoog hield voor wat ie belangrijk vindt, zeggen ze “he talked at lenght”.
Die breedvoerigheid, ze toont niet enkel de kennis die iemand wil delen maar ook het belang dat de persoon hecht aan het doorgeven van die kennis opdat ze mee uitgedragen kan worden voor de toekomst.
Vrijwilligers van onze afdeling, mensen die ooit al eens door Freddy gegidst werden en zeker onze bestuursleden … allen zullen ze Freddy herkennen als de man die nooit opgaf ook al betekende dat dat hij zichzelf moest blijven herhalen… Herhaling is immers wat zaadjes in het hoofd plant en via voldoende voeding doet groeien en de aandacht houdt … Als onderwijzer weet hij dat …
Op onze bestuursvergaderingen was Freddy jarenlang een constante, de man die niet zelden de varia op de agenda voor zich “nam” op het laatst van de vergaderavond. Dan vroeg hij onze aandacht voor dat aandacht blijven houden op de zaken die wij misschien al stilletjes wat gefrustreerd loslieten maar hij nog lang niet. Net daarom schrokken we toch toen het laatste variapunt ineens de aankondiging werd van zijn stop als bestuurslid. Het is klassiek dat je bij zo’n afscheid terugkijkt en beseft wat iemand in zijn engagement betekende …
Het verhaal van een 82-jarig leven vol van liefde voor natuur…

Onze onderwijzers, ze kenden ons van binnen en van buiten en wij hen …
Freddy groeide op nabij het mooie kerkje van Laak aan de vallei van de Mangelbeek in Houthalen-Helchteren. Net als vele kinderen in de naoorlogse jaren was hij een buitenkind. De beek was zijn speelterrein. De natuur vormde hun amusement, het was het enige dat er was wat te voet bereikbaar was.
Zijn hele lagere schoolcarrière (dan nog 8 studiejaren) kende hij slechts 2 onderwijzers.
Eén van hen was natuurliefhebber en zette maximum in op natuurbesef bij de kinderen.
Het was een tijd waarin je als leerkracht nog mocht lesgeven met wat persoonlijk belangrijk voor je was los van rigide leerplannen. De onderwijzer nam de kinderen veel mee naar buiten op ontdekking. Na zo’n wandeling maakte hij tekeningen van we ze zagen. Dat onthield je immers beter dan wat je enkel zag in een boek. De pancartes hing hij op in de klas. “Die van de paddenstoelen zie ik nog zo voor mij” mijmert Freddy. Zo kwam er ook een pancarte van vogels, van voorjaarsbloeiers, … De natuur, het speelterrein van de kinderen werd naar binnen gebracht en aan de school werd een “hofke” gemaakt waarin ze onder de speeltijd bollen plantten en groentjes zetten. In de lessen “hout” werden nestkastjes gemaakt voor erbij.
Freddy vertelt hoe de onderwijzer hen leerde kijken met aandacht. Via raadspelletjes ontleedden ze bv. een boom. Startend van bovenaan … Die nesten daar, van wie waren die? Die grote lijster, waar zat die? Ze zagen hem zitten hoog tegen de stam op een zijtak … Maar zanglijsters, die zaten dan weer meer beneden in de vallei (“daal”). Hun nesten werden meer gevonden door de jongens daar …
Ik heb de natuur ook oneer aangedaan …

Als leerkracht Algemene Vakken voor een klas met dove jongens
De jongens uit die tijd … ze wisten de nesten goed te vinden. Natuur leek nog onuitputtelijk.
Van de eierschaaltjes van uitgehaalde eieren maakten we kettinkjes voor hun liefjes.
De eitjes werden daartoe voorzichtig in de mouw van hun trui geschoven waarin ze een knoop legden. Soms lieten ze er zelfs jonge kuikens in glijden … Liefde voor natuur hield in die tijd nog in dat je ze wilde bewonderen dicht bij jou, het was deel van een rijkdom waarmee je kon uitpakken bij anderen (“zo’n putter bv. dat is een heel mooi vogeltje hé”). Wilde vogels werden toen in volières gehouden, of erger nog, met slagnetten en vogels in lokkooien gevangen om commercieel te verkopen. In tijd van schaarste betekende het ook geld.
Freddy vertelt hoe ze in de tuin eens een merel vingen met de kolenzeef van de ouderlijke kachel.
Op de landwegen gingen de jongens knikkeren in de karresporen. Die boerenwegen waren omzoomd met houtopslag waarrond de “gele schrijvers” (geelgorzen) sierlijk af- en aanvlogen.
Toen de buurjongens een luchtkarabijn kregen, vormde het mikken op de kleien knikkers een grotere uitdaging dan het met de vingers wegschieten ervan. En … die geelgors in de meidoorn, een mikpunt dat op nog meer ontzag kon rekenen bij het raken … “Het was mijn moeder die me er ontzet op wees dat dat spel niet kon toen ik haar trots het mooie maar dode vogeltje toonde … “waarom schiet ge zoiets mooi dood zei ze boos” …
Na de lagere school volgde een onderwijsloopbaan waarin verkend werd “wat ze met Freddy moesten”. Hij was een goede student en sloeg een leerjaar over waardoor hij afzwaaide op 11-jarige leeftijd, te vroeg om al ingeschreven te worden aan de middelbare school van toen.
Hij kreeg voor het eerst een occasie fiets en trok naar Don Bosco, de school voor houtbewerking.
Freddy’s wereld verruimde. Primus voor de theorievakken maar met een buis voor de praktijk. Te klein van gestalte voor het hanteren van de schaaf en te onhandig ook grapt hij geamuseerd.
Eens hij oud genoeg was trok hij daarom op internaat naar Brussel om voor onderwijzer te studeren. Muziek was dan zijn grootste hobby, maar die liefde voor de natuur uit zijn omgeving, ze bleef altijd wel zachtjes smeulen om terug op te flakkeren eens hij zelf aan de kant van de klas stond waarop die ene onderwijzer hem al die jaren geleden “de natuur” toonde.
“Wat doe je hier met die bossen rond de school?”, vroegen bezoekende collega’s uit het Brugse me eens, “niks” zei ik “en ik ben er ziek van” …
Na heel wat interims, kreeg Freddy een vaste positie als onderwijzer aan de bekende Kiewitse school “de KIDS”. Sindsdien is hij zijn hart verloren aan Kiewit.
Nu hij zelf voor de klas stond in die groene omgeving, dacht hij met weemoed terug aan zijn onderwijzer van weleer. Voor natuureducatie was op dat moment wat minder aandacht … Toch deed de term “milieu-opvoeding” eind jaren ‘60 gestaag zijn intrede met activiteiten als “de week van het bos”. Freddy haalde zijn als kind opgedane kennis van de plaatselijke natuur weer boven en nam op zijn beurt zijn leerlingen mee naar buiten. De kruidenierszaken van toen verkochten allemaal wel zoekkaarten rond bepaalde soortgroepen. Als je dan eens de kenmerken kent van een ondersoort, vormt dat de opening naar het leren herkennen van de andere ondersoorten (bv. zaadeters hebben een brede bek, insecteneters een smallere …). Zo leerde Freddy bij samen met de kinderen.

Jaarlijkse educatieve opstelling voor de “Week van het Bos”In de KIDS
Om zijn kennis uit te breiden liep hij mee met de activiteiten van de Wielewaal. Zo noemt hij Chris Onkelinx (conservator in Wijvenheide) als inspiratie. In 1972 volgde hij de opleiding tot natuurgids. In 1976 startte hij met gidsen voor de gemeente Zonhoven. Hij nam geïnteresseerden mee naar de vijvers van de viskwekerijen, de heide van de Teut, de natuur van Ter Donk. “Het was een fijne wisselwerking” zegt hij daarover. “Ik was een autodidact, de gemeente voorzag me van extra info om bij te leren, ik evolueerde en groeide al doende”. Daarbij kende hij een bijzondere interesse in de hydrologie en plantengroei rond Kiewit. 30 Jaar zou hij mensen daarover vertellen, ook mij als beginnend geïnteresseerde tijdens de SAP-bijeenkomsten aan de Kauwbosstraat. Vorig jaar gidste hij zijn laatste wandeling…
In 2002 ging Freddy met pensioen. De laatste jaren van zijn loopbaan was er minder tijd voor natuur. Als directeur van “de vakschool” kende hij lange werkdagen …
Maar nu was er weer ruimte … Via kennissen van het koor waarin hij zong, leidde zijn pad naar het bestuur van Natuurpunt. Hij zag er bekenden terug van vroeger toen hij leerde voor gids. Elk een expert op een deelgebied. “Mensen als Chris Onkelinx, André Vandesande, Jan Wyers ,.. Ze leerden me veel” zegt hij daarover. Freddy startte in de beheerploeg en begeleidde activiteiten. Waarnemingen.be bestond nog niet. Jan Wyers werkte een systeem uit van plantenlijsten per plaatselijke locatie met schema’s om deze in op te zoeken wanneer men in het veld ging determineren.
Er zijn dingen aan het verdwijnen in onze plaatselijke natuur die erfgoed zijn …

De Kauwbosstraat: ooit een ecologische ramp, nu verkeersvrij en kostbaar natuurgebied
Wie Freddy zegt denkt er Kauwbosstraat in 1 adem bij. De Zonhovense Kauwbosstraat waarvan de bermen een zeldzaam heiderelict aan flora vormen maar die constant bedreigd werden door bemesting, berijding, schaduw van de aangeplante platanen rondom … 15 Jaar streden niet enkel Freddy maar ook o.a. Frans Voets, Jos Coteur, Johan Royaerd, ,.. voor bewustwording van de zeldzaamheid van die bermen en het belang van hun behoud. Niet zelden werd er met de ogen gerold en werden ze wat smalend weggelachen wanneer ze alweer eens verschenen op het gemeentehuis.
Wanneer Freddy het verhaal vertelt van de klokjesgentiaan en het gentiaanblauwtje klinkt dat als een sprookje zo bevattelijk en helder en vooral ook heel kostbaar. De onderwijzer in hem die wil vertellen om te bewaren, hij is er nog denken we wanneer hij zo ook “het hongerige kind op zoek naar wetenswaardigheden” in mezelf aanspreekt. Hun strijd, ze loonde en de volhouder wint want vandaag is die Kauwbosstraat afgesloten voor verkeer en wordt ze als toeristische trekpleister in het Wijergebied geëtaleerd. Zoveel “zeuren” moet dan toch op iets belangrijks duiden moet men gedacht hebben …
Aan het vliegveld in Kiewit, op zoek naar het heidekartelblad, een plantje dat daar aan die Kauwbosstraat nog groeide, was het dat in 2021, bestuurslid Marthe Willems en hij op een akker 2 verlaten jonge kievitjes vonden. Het zaadje voor de kievittenwerkgroep, het zgn. “Vanellusclubje” (2022) zijn 2de speerpunt, was gelegd.

De eerste pioniers van de Kievitwerkgroep ‘Vanellus”
Vele mensen denken dat de plaatsnaam Kiewit een onomatopee is voor het prachtige baltsgeluid van de kievit dat hier ooit veelvuldig over de akkers en velden moet hebben geklonken. Maar Kiewit als toponiem is waarschijnlijk een samenvoegsel van wit < “wijd” (= wilg) en “ki” wat op iets kleins wees. Denken we aan het huidige “Witven” waar men “witten” (wilgen) ging snijden voor manden, bezems, … of Wijvenheide (wij-ven / ven met wilgen rond).
Dat stukje Hasselt, Kiewit genaamd, was een stukje land van weilanden en akkers met weinig bos, een stukje natuur met kostbare planten niet hoger dan een wilg, met veel heide nog.
Een plek die een biotoop vormde voor vele weide-en akkervogels als de kievit. Een biotoop dat alsmaar meer verdween en die de kievit algemeen in grote problemen bracht.
Samen met de vrijwilligers van het inmiddels stevig aangegroeide Vanellusclubje zet Freddy zich in voor het redden van de eieren en broedsels die verloren dreigen te gaan, sensibilisatie van de omwonenden en plaatselijke landbouwers. Zijn initiatiefname in de inzamelacties van inktpatronen en inzet bij de mooimakerstochten van de gemeente, ze brachten onze afdeling enkele duizenden euro’s op. Genoeg om de hulp in te roepen van een dronepiloot die met warmtedetectie de nesten lokaliseert op de akkers.
Hij is trots op dat groepje, trots maar ook bezorgd om de toekomst. De vastberadenheid van zijn betoog, het toont ook de kwetsbaarheid van de emotie erachter. Zelf herinner ik me nog goed hoe hij eens een snik in zijn stem kreeg toen wij, misschien (ik geef het toe) wat moe geluisterd en ja ook wat moedeloos, bij tijd en wijle … in de strijd die we samen leveren maar die nooit makkelijk resultaten brengt … onze papieren voor de avond al inpakten. Ik herinner me hoe het me raakte die plotse tremor.
Mensen als Freddy, die onze omgeving zo zagen veranderen, ze vormen de levende vertaling van het shifting baselineverhaal. Luisteren naar hen, zij die dat immateriële erfgoed zagen verdwijnen op de tijd van slechts 1 mensenleven, het was nog nooit zo belangrijk …
En daarom, nu Freddy afscheid neemt van al dat vergaderen vol vurig, nooit aflatend betoog wil ik eindigen met te zeggen “bedankt Freddy, want luisteren naar jou het deed ertoe, het hield ons bij de zaak wanneer wij misschien al dreigden op te geven. Waar je voor streed, dat gaf je mee aan ons en aan al wie na ons komt en wie hopelijk ook nog onderwijzers treffen zal die oog voor natuur in dat strakke leerplan willen houden …
Tekst: Mirella Vanoppen
Foto’s: Freddy Vandebergh en Dirk Kegels